top of page

Hapt je hond naar onzichtbare vliegen? Oorzaken, tips en MRI-advies bij vliegenvangsyndroom

Bijgewerkt op: 24 jul

Geschreven door Hanne Callewaert – Gecertificeerd Canine & Feline Nutritionist en gediplomeerd Klinisch Dierengedragstherapeut, auteur van het Mantelbaasje-boek.


Cavalier King Charles Spaniel met Fly Catcher's syndroom.

Als je hond naar onzichtbare vliegen hapt, in de lucht bijt of lijkt te happen naar iets dat er niet is, wordt dit vaak fly-catching syndrome, fly-biting of vliegenvangsyndroom genoemd. Het is geen diagnose op zich, maar een gedrag dat verschillende oorzaken kan hebben, zoals sommige maag-darmproblemen, focale epilepsie, aandoeningen die zenuwpijn veroorzaken (zoals Syringomyelie) of een compulsieve stoornis.


Het overkwam mij met mijn eigen jonge hond, Charley. Elke keer als hij schichtig de lucht afzocht of in paniek raakte door een onzichtbare prikkel, brak mijn hart een beetje. Die machteloosheid sloeg al snel om in een sterke gedrevenheid.


Omdat mijn eigen hond dit complexe gedrag vertoont, wou ik dit echt tot op de bodem uitzoeken. Ik heb dagenlang in de wetenschappelijke literatuur gedoken om de mechanismen achter zijn gedrag te begrijpen, zodat ik hem kon helpen. Dit artikel is het resultaat van die zoektocht. Het biedt mij de unieke kans om een diepgaande, levensechte casus met jullie te delen, direct aangevuld met de wetenschappelijke inzichten die ik verzamelde en de praktische oplossingen die Charley’s leven vandaag de dag comfortabeler maken. Ik schrijf dit voor hem, maar vooral ook voor elke eigenaar die wanhopig op zoek is naar antwoorden en zich net zo overweldigd voelt als ik in het begin.


In het kort:

Hapt jouw hond naar onzichtbare vliegen (fly-catching syndroom)? Let op: fly-catching is géén opzichzelfstaande ziekte, maar een symptoom van een onderliggend probleem. Mogelijke oorzaken kunnen variëren van zenuwpijn (zoals Syringomyelie), maag-darmproblemen en focale epilepsie, tot een compulsieve stoornis (OCD) waarbij het happen een hardnekkige gewoonte is geworden.

In dit artikel bespreken we de complexe oorzaken en praktische management-tips (zoals voeding en houding). Stelt je dierenarts een MRI voor om de oorzaak te achterhalen? Dan vind je in dit artikel een handig overzicht van de huidige locaties in België en Nederland, inclusief de kwaliteitsverschillen tussen toestellen (0.25 vs 1.5 Tesla) en uitleg waarom de juiste timing van de MRI-scan belangrijk is. Daarnaast staan we stil bij de zware emotionele impact op jou als eigenaar (caregiver burden) en hoe je hiermee omgaat.


Disclaimer: Dit artikel is informatief en vervangt nooit het advies van een dierenarts of specialist. Raadpleeg bij neurologische klachten altijd een specialist.


Inhoudsopgave


Wat is het fly-catching syndrome (vliegenvangsyndroom)?

Het typische gedrag tijdens fly-catching syndrome is het happen naar onzichtbare vliegen. Fly-catching is geen diagnose, maar een symptoom: een uiting van een overprikkeld zenuwstelsel, brein en/of maag-darmkanaal.


Dit gedrag komt voort uit verschillende pijlers die elkaar soms overlappen:

  1. Neuropathische pijn (zenuwpijn): Veroorzaakt door Chiari-achtige Malformatie (CM), Syringomyelie (SM), een hernia of andere zenuwbeknelling. Dit veroorzaakt soms allodynie (het ervaren van pijn bij een niet-pijnlijke prikkel bv. wind of aanraking).

  2. Gastro-intestinale problemen: Brandend maagzuur (reflux) of voedingsintoleranties.

  3. Focale epilepsie: Een specifieke soort epilepsie waarbij de hond nog bij bewustzijn is. Hij kan je aankijken, maar hapt repetitief. Hem afleiden is vaak moeilijk. Dit type epilepsie kan soms heel vreemd gedrag teweegbrengen en wordt door baasjes vaak niet als epilepsie herkend.

  4. Compulsieve stoornis (OCD): Bij honden waar het gedrag dwangmatig is geworden, zien we soms dat fluoxetine (een antidepressivum/SSRI) effectieve behandeling kan zijn om de vicieuze cirkel te doorbreken. In één retrospectieve studie reageerden meerdere honden beter op fluoxetine dan op fenobarbital, maar de onderliggende oorzaak bleef vaak onzeker (Wrzosek et al., 2015).

  5. Oogproblemen of visuele verstoringen: Soms wordt gesuggereerd dat honden naar lucht happen door visuele prikkels of afwijkingen in het zien. Hiervoor is bij honden minder sterke onderbouwing dan voor de andere oorzaken. Bij twijfel laat je best een veterinair oogspecialist de ogen van je hond nakijken.

  6. Gebitsproblemen: Pijn in de mond/kiezen kan soms ook leiden tot smekken en happen. Laat de dierenarts dus grondig het gebit nakijken.


Wanneer is vliegenvangsyndroom een SPOEDGEVAL?

Hoewel het happen naar onzichtbare vliegen vaak een uiting is van een chronisch, sluimerend probleem (zoals maagzuur of beginnende zenuwpijn), zijn er momenten waarop je niet mag afwachten.


Zie je het fly-catching syndrome in combinatie met een van de onderstaande symptomen? Neem dan direct contact op met je dierenarts of een spoedkliniek.

  • Plotseling ontstaan bij een oudere hond: Als een senior hond die nog nooit eerder dit gedrag vertoonde, uit het niets dwangmatig naar de lucht begint te happen.

  • Uitval of verlammingsverschijnselen: Je hond begint te slepen met een poot, hij zakt door zijn achterhand, of heeft plotseling moeite met opstaan of traplopen.

  • Verlies van evenwicht of omvallen: Als de hond tijdens of na het happen ongecoördineerd loopt (dronkenmansgang), omvalt, of zijn kop continu scheef houdt.

  • Onbereikbaarheid en aanhoudende tics: Als het happen niet stopt, overgaat in een zware epileptische aanval, of als de hond urenlang in een dwangmatige 'loop' vastzit waarbij je hem met geen mogelijkheid (zelfs niet met zijn favoriete snack) uit de episode kunt halen.

  • Extreme apathie of acute pijnkreten: Als je hond plotseling stopt met eten, wezenloos voor zich uit staart, extreem sloom is (lethargie), of het plotseling piept of jankt van de pijn bij een normale beweging.


Tips voor een dierenartsbezoek (indien geen spoedgeval):

Probeer altijd (mits de situatie niet levensbedreigend is) een video te maken van het gedrag voordat je naar de kliniek vertrekt. Een duidelijke video van de episode en de lichaamstaal van je hond is voor een dierenarts of neuroloog een belangrijk puzzelstukje in de diagnose. Ook een dagboek bijhouden om triggers te identificeren is op lange termijn lonend. Samen met je dierenarts kun je zo de evolutie tracken en evalueren of een behandeling (voldoende) werkt. Eens alle triggers geïdentificeerd zijn kun je ook sommige proberen te vermijden door levensstijl aanpassingen of praktische oplossingen.


Zoals je hierboven las, kan vliegenvangsyndroom veel oorzaken hebben. Omdat neurologische oorzaken vaak de meest complexe en pijnlijke zijn, zoomen we hier dieper in op één specifieke, veelvoorkomende boosdoener bij bepaalde (kleine) rassen: Syringomyelie (SM). Vooral omdat dit straks in de casus ook een hoofdverdachte blijkt te zijn.


Wat is Syringomyelie (SM) precies?

Syringomyelie is een ernstige neurologische aandoening die vaak het gevolg is van Chiari-achtige Malformatie (CM). Bij CM is de schedel van de hond eigenlijk te klein voor de hersenen. Omdat CM sterk verbonden is met SM, worden ze vaak in één adem genoemd.


Niet bij elke hond veroorzaakt CM klachten. Bij sommigen wordt het achterste deel van de kleine hersenen (het cerebellum) zo ver richting het achterhoofsgat verplaatst, dat het de normale doorstroming van hersenvocht blokkeert. Omdat het vocht niet goed weg kan, zoekt het een andere uitweg en perst het zich in het ruggenmerg. Hierdoor ontstaan er bij sommige honden met vocht gevulde holtes (syrinx) in het ruggenmerg (myelum), vandaar de naam Syringomyelie. Deze aandoening is progressief: de holtes worden groter of er kunnen meerdere holtes ontstaan. Hierdoor neemt de druk van binnenuit op zenuwbanen toe, wat het ruggenmerg irriteert of beschadigt.


Deze zenuwschade uit zich bij elke hond anders. Sommige honden met SM ontwikkelen als reactie op de pijn en overprikkeling fly-catching syndrome. In de praktijk leidt syringomyelie vaak tot volgende klachten:

  • (soms ernstige) neuropathische pijn

  • fantoomkrabben

  • allodynie

  • Vreemde houdingen

  • zwakte

  • ongecoördineerde bewegingen / ataxie

  • bewegingen met gezicht en mond: luchthappen, herhaald met de ogen knijpen

  • herhaald slikken en likken (wat dus kan verward worden met reflux!)


Deze schedelafwijking komt vaak voor bij bepaalde kleine rassen zoals de Cavalier King Charles Spaniel, Pomeriaan, Chihuahua, Yorkshire Terrier, Maltezer, Franse Bulldog, Griffon... Bij grote rassen komt de aandoening zelden voor. Hoewel CM soms in verrassend hoge percentages bij sommige rassen voorkomt, ontwikkelen ze gelukkig niet allemaal problemen.


Casestudy: De complexe puzzel van mijn hond Charley

Na het overlijden van mijn vorige hond Moes (de inspiratie voor Mantelbaasje), die jarenlang leed aan chronische pancreatitis en een hernia, was mijn hart gebroken. De jarenlange mantelzorg had erin gehakt.


Toen we besloten een nieuwe pup te verwelkomen, kozen we bewust voor de zachtaardige Cavalier King Charles Spaniel.


Omdat ik als professional de medische risico's van het ras ken, koos ik een fokker die standaard MRI-scans van de hersenen en echo's van het hart bij de ouderdieren uitvoerde. We deden alles perfect: de beste voeding en supplementen ter ondersteuning, correcte socialisatie, gewenning aan de dierenarts van jongs af aan...


Toch sloeg het noodlot toe. Vanaf drie maanden oud toonde Charley pijnsignalen. Nu, op veertien maanden leeftijd, zijn de klachten duidelijk aanwezig en uiterst complex: hij hapt naar zijn achterhand, hapt naar onzichtbare vliegen en de huid op zijn rug trilt soms als een paard dat vliegen verjaagt.


Wat Charley’s casus zo leerzaam maakt, is dat zijn symptomen aantonen hoe overlappend en misleidend triggers kunnen zijn.


Hoe zien de symptomen er uit?

Je kunt hieronder video's zien van het gedrag gelinkt aan vliegenvangsyndroom en neuropathische pijn. Als je het geluid op zet, hoor je hem duidelijk happen naar onzichtbare vliegen.


Charley is hier 3 maand oud. Hij schrikt en zoekt een schuilplaats. Hij bijt naar zijn achterpoot en piept en kijkt vervolgens schichtig rond. Dit beeld past bij neuropathische pijn.
Dit is het vervolg op de vorige video. Charley piept plots alsof hij door iets gestoken wordt. Hij hapt naar een bloem (omdat hij denkt dat deze de pijn veroorzaakte) en gaat vervolgens schuilen bij mij, zijn veilige plaats.

Happen naar de achterhand (neuropathische pijn)
Het happen naar onzichtbare vliegen (vliegenvangsyndroom)
Angstig rondkijken en snuffelen, op zoek naar vliegen, happen naar onzichtbare vliegen (vliegenvangsyndroom)
Angstig zoeken naar vliegen, schrikken van een 'fantoombeet' en weglopen, happen naar de achterhand.

Triggers voor fly-catching: Wind en neuropathische pijn (zenuwpijn)

Een van de meest duidelijke triggers voor Charley is de wind. Zodra het goed waait en de wind over zijn vacht strijkt, gaat hij gegarandeerd naar zijn achterhand happen en begint de huid op zijn rug te trillen. Deze specifieke trigger past eerder bij neuropathische pijn (zenuwpijn).


Wind kan echter ook opwinding of angst veroorzaken of triggeren bij huidirritatie, dermatologische pijn, oorontsteking, allergie of andere sensorische overprikkeling. Bij Charley werden huidproblemen door de dierenarts uitgesloten en observeerde ik geen angst of opwinding. Oorproblemen zijn bij hem minder waarschijnlijk omdat de klachten zich vooral situeren aan de achterhand.


Weetje: Bij de Cavalier King Charles Spaniel komt PSOM (Primary Secretory Otitis Media, oftewel een 'lijmoor') vaak voor (meer dan 30% van de Cavaliers zijn soms getroffen). Dit is een ophoping van een dikke slijmprop in het middenoor. PSOM kan oorpijn, verminderd gehoor en hoofdschudden veroorzaken maar ook klachten geven die soms overlappen met die bij CM/SM. PSOM kan vermoed worden op basis van klinisch onderzoek, maar beeldvorming zoals CT of MRI kan nodig zijn om de middenoorinhoud goed te beoordelen. Het kan soms verholpen worden door het oor door te prikken en te spoelen (myringotomie).


Waarschijnlijk hebben andere factoren (zoals maaglast of zijn natuurlijke aanleg voor compulsief gedrag) bijgedragen aan de ontwikkeling van fly-catching syndroom bij Charley. Op basis van het patroon van triggers (vooral wind en houding) lijkt het zenuwstelsel bij hem een belangrijke rol te spelen. Zonder officiële diagnose blijft dit maar een sterk vermoeden.


Triggers voor fly-catching: De "eet-trigger": Meer dan alleen de maag

Bij Charley begon een aanval vaak vlak na, of zelfs tijdens het eten. Je eerste gedachte is dan: aha, een gastro-intestinaal (maag-darm) probleem! Maar zo simpel is het niet.


Eten kan op meerdere manieren een trigger vormen:

  1. Enthousiasme/opwinding: De stress- en opwindingshormonen pieken. Springen en plotse bewegingen kunnen ook pijnklachten triggeren. Epilepsie kan soms getriggerd worden door opwinding.

  2. Mechanische belasting: Schrokken kan de kaak, hals en nek belasten. Bij honden met nekpijn of verdenking op Chiari-achtige malformatie kan dit mogelijk pijn uitlokken. Kauwen kan ook oorpijn triggeren als daar een probleem zit.

  3. De gastrocolische reflex: Zodra er voeding in de maag komt, komen de darmen op gang. Dit kan plotselinge druk of pijn geven rond de buik, de bekkenbodem of overvolle anaalklieren. De hond schrikt van die plotse pijnscheut aan zijn achterhand en hapt in een reflex naar zijn flanken of de lucht, op zoek naar de onzichtbare 'dader'. (Overvolle anaalklieren waren bij Charley een belangrijke differentiaaldiagnose, ze vulden makkelijk op ondanks vaste ontlasting, iets wat we vaker zien bij ongecastreerde reuen).


Charley boerde vaak vanuit rust en smakte veel (typisch voor oprispingen). Dit was dus toch een factor die we niet konden negeren.


De "fantoombeet" en de link met OCD

Charley had als pup al een licht compulsief (OCD) kantje. Hij was geobsedeerd door lichtreflecties van horloges, waaiende blaadjes en de draaiende schaduwen van de spaken van mijn rolstoel. Waar elke pup hier wel eens speels op reageert, was het bij Charley extreem: hij kreeg een neurotische blik, was intens gefocust en niet af te leiden.


Nu hij ouder is, zien we een fascinerende, maar trieste gedragsmatige verschuiving. Hij hapt niet alleen naar onzichtbare vliegen, maar is plotseling doodsbang voor échte vliegen en gaat zich verstoppen. Ook zoekt hij tijdens een episode de grond af en hapt hij naar kleine pluisjes of vuiltjes (zonder ze op te eten, dus het is geen pica).


Hypothese: Wat kan de gedragsmatige logica hierachter zijn?

Stel je voor dat je regelmatig uit het niets een schietende, neuropathische pijnscheut voelt (zoals bij zenuwpijn). Je kijkt achter je om te zien wat je gebeten heeft, maar je ziet niets. Dit kan leiden tot een paranoia voor beestjes. De hond associeert de onzichtbare pijn met een insectenbeet, gaat dwangmatig op zoek naar de 'dader' (pluisjes) en ontwikkelt een fobie voor echte insecten. Dit is geen bewezen mechanisme maar mijn interpretatie als gedragsspecialist.


Praktisch management: Wat je thuis direct kunt doen

Naast medische trajecten of medicatie, kun je met omgevingsmanagement en voeding al veel doen. Je kunt leren uit wat wel en niet helpt. Dit noemen we in de praktijk soms een managementproef: door veilige aanpassingen te doen en systematisch te observeren, verzamel je informatie die je met je dierenarts kunt bespreken. Het is geen vervanging van een diagnose van de dierenarts, maar een nuttige voorbereiding.


Belangrijk: onderstaande tips werden op maat gekozen voor Charley en zijn vooral gericht op het ontlasten van de nek en het verminderen van zenuwpijn (lees in dat geval alle tips). Heeft jouw hond fly-catching enkel door maag-darmproblemen of epilepsie? Dan zal de aanpak er anders uitzien.


Korte leeswijzer:

  • Bij maag-darmproblemen (zoals maagzuur): Let in het overzicht hieronder vooral op tip 1 (traag eten) en tip 2 (gepureerde pompoen en eliminatiedieet).

  • Bij (focale) epilepsie: Let vooral op tip 1 (rustig eten voorkomt een plotse piek in opwinding) en tip 4 (prikkelbeheer en stressreductie, aangezien stress, drukte en overprikkeling bekende triggers zijn voor epileptische aanvallen).


Wat we bij Charley deden:

1. Eet-ergonomie: Verhoogde voerbak & Lickimat

Waarschuwing: Rond verhoogde voerbakken is er voorzichtigheid geboden bij rassen die gevoelig zijn voor maagtorsie. Bespreek met je dierenarts of dit voor jouw hond een aanrader is, voor je iets aanpast.


Door het eten van Charley op een verhoging te zetten en een Lickimat te gebruiken, ontlasten we zijn nek (hij hoeft niet diep zijn nek te buigen) en voorkomen we schrokken. Tip: bij de juiste hoogte van voerbak is de nek in een rechte lijn met de rug, de nek en het hoofd mogen zeker niet hoger zijn dan de rug en liefst ook niet te veel lager dan de ruglijn.


Hond die eet uit een verhoogde voerbak op de juiste hoogte.
De nek en rug zijn in een rechte lijn door het verhoog

Het resultaat bij Charley? Maaltijden veroorzaakten vroeger elke keer een episode. Sinds de aanpassingen vormt eten niet langer een trigger. Dit toonde aan dat de mechanische belasting van het eten of schrokken wel degelijk een rol speelde.


2. Voeding aanpassen en supplementen toevoegen

Omdat Charley boerde en smakte, voegden we eerst verse, gekookte pompoen toe aan zijn maaltijden om de maag te kalmeren, tegelijk helpt dit bij het legen van de anaalklieren door extra volumineuze ontlasting. Toen dit onvoldoende hielp, zijn we overgeschakeld op een strikt nieuw dieet. In het verleden had Charley al eens jeuk gekregen door bepaald voer. Honden kunnen na verloop van tijd een nieuwe intolerantie opbouwen voor eiwitten in voeding die ze al lang krijgen. Door te wisselen sluiten we uit dat een sluimerende voedingsintolerantie de maaglast (en dus het vliegenhappen) veroorzaakt.


Hoe pas je een eliminatiedieet toe? Een betrouwbaar eliminatiedieet vraagt strikte uitvoering gedurende 8-12 weken, zonder tussendoortjes of kauwsnacks met andere eiwitten en idealiter begeleiding door een dierenarts of voedingsdeskundige.


In overleg met de dierenarts kunnen supplementen soms ondersteunend worden ingezet bij pijn, ontsteking of neurologische gevoeligheid. Bij Charley koos ik ervoor om twee supplementen toe te voegen die mogelijk nuttig kunnen zijn bij chronische pijn, zenuwgevoeligheid of ontstekingsprocessen:

  • PEA (Palmitoylethanolamide): PEA is een lichaamseigen vetzuuramide die betrokken is bij het reguleren van ontsteking, pijn en mestcelactiviteit. In de humane geneeskunde wordt PEA onderzocht bij ontstekingspijn en neuropathische pijn. In de diergeneeskunde is er vooral onderzoek naar ontsteking, huidgevoeligheid en pijnregulering. De toepassing bij neuropathische pijn bij honden is veelbelovend, maar nog beperkt onderbouwd. Sommige dierenartsen of neurologen zetten PEA daarom ondersteunend in naast reguliere medicatie zoals gabapentine of pregabaline.

  • Omega-3 vetzuren (EPA/DHA): EPA en DHA zijn langeketenvetzuren die betrokken zijn bij ontstekingsremmende processen. DHA speelt daarnaast een belangrijke rol in zenuwweefsel en hersenontwikkeling. Bij honden worden omega-3 vetzuren vooral gebruikt bij ontstekingen of ter ondersteuning van de huid, gewrichten en het zenuwstelsel. Bij Charley koos ik voor Fytoplankton gezien zijn gevoelige darmen. In mijn artikel over omega 3 lees je alles over dit supplement. Controleer altijd het etiket op daadwerkelijke EPA- en DHA-gehaltes, niet elk algen- of fytoplanktonproduct levert therapeutisch relevante hoeveelheden.


3. Wandel- en speelmanagement
  • Een goed passend Y-harnas: onmisbaar voor honden met nekklachten. Een halsband zet directe druk op de nek en de wervelkolom, wat bij honden met Syringomyelie of een hernia funest is. Charley draagt al van jongs af aan een Perfect Fit harnas, zodat zijn nek volledig vrij blijft.

  • Beweging balanceren: Je eerste instinct bij pijn is misschien 'strikte rust', maar wij hebben het wandelen specifiek voor Charley bewust niet beperkt. Waarom? Als we onvoldoende wandelden, raakte hij als jonge hond zijn energie niet kwijt. Hij werd wilder, ging meer opspringen en speelde veel ruwer in huis. Die onverwachte, explosieve bewegingen konden veel meer kwaad voor zijn nek en rug dan een gecontroleerde, rustige wandeling (behalve dan wanneer het heel hard waaide). Dit kan voor elke hond anders zijn, maatwerk is belangrijk!

  • Aangepast spelen: Wilde, harde trekspelletjes (waarbij de hond met zijn nek schudt of trekt) vermijden we. Heeft je hond mogelijk rug- of nekklachten? Kies dan voor hersenwerk of rustig zoekwerk.

  • Bescherming tegen de wind: Op dagen dat het veel waait slaan we de wandeling over. Op termijn wil ik uitproberen of een T-shirt helpt om de wind van zijn vacht te houden. Ik weet nog niet zeker of dit werkt (de wrijving van de stof kan hem evengoed irriteren) maar het is het proberen waard.


4. Ergonomie & prikkelbeheer
  • Opspringen beperken en hondentrapjes: We voorkomen zo veel mogelijk de schokbelasting op de wervelkolom bij Charley. Hij gebruikt speciale hondentrapjes om op en van de bank/het bed te komen.

  • Tocht en wind vermijden (allodynie-management): Omdat Charley zo extreem reageert op wind, hebben we zijn slaapplek aangepast. Wanneer in de zomer de airco aanstaat, zorgt dit voor een luchtstroom in huis. We hebben daarom gezorgd voor een overdekte bench (of een bench met een deken eroverheen) zodat hij een veilige, tochtvrije cocon heeft waar de luchtstroom zijn gevoelige huid niet kan triggeren.


Extra nuttige aanvullingen voor thuis:
  • Orthopedisch ligkussen: Een kussen van traagschuim (memory foam) vormt zich naar de ruggengraat en voorkomt drukpunten tijdens het slapen. Voor honden met zenuwpijn is een goede nachtrust onmisbaar.

  • Aangepaste vachtverzorging: Honden met allodynie (pijn bij lichte aanraking) kunnen borstelen vreselijk vinden. Gebruik ultrazachte borstels, vermijd de nek- en schouderregio als deze gevoelig is en koppel borstelen altijd aan iets heel lekkers (klassieke conditionering) om de stress te verlagen. Een knoop? Ga hier dan niet hard aan trekken, knip het gewoon weg. Pijnvrij zijn is belangrijker dan onberispelijke schoonheid.

  • Stressreductie: Stress en opwinding verlagen de pijndrempel. Hoe drukker of stressvoller de omgeving, hoe sneller een hond pijn zal voelen en hoe sneller het fly-catching gedrag zal optreden. Rust en voorspelbaarheid in huis kan helpen.

Medicatie als volgende stap: Wat zijn de opties?

Als de dierenarts de onderliggende oorzaak van het vliegenvangsyndroom heeft vastgesteld, is medicatie vaak de logische volgende stap. Omdat 'fly-catching' een symptoom is en geen ziekte op zich, bestaat er geen magische pil die het happen direct stopt. Ook wanneer er enkel een sterk vermoeden is wat de oorzaak is kan de dierenarts soms voorstellen om medicatie al op te starten, om het welzijn van je hond te verhogen.


De behandeling wordt altijd specifiek afgestemd op de oorzaak van het probleem:

  • Bij maag- en darmproblemen (gastro-intestinaal):

    Blijkt het happen voort te komen uit ernstig maagzuur, misselijkheid of een maagontsteking? Dan zal de dierenarts vaak starten met maagzuurremmers (zoals omeprazol) of medicatie tegen misselijkheid. Vaak zie je bij deze honden, in combinatie met een aangepast (soms hypoallergeen) dieet, al binnen enkele dagen tot weken een enorme verbetering.

  • Bij (focale) epilepsie of neurologische oorzaken:

    Als uit onderzoek (bijvoorbeeld een EEG of MRI) blijkt dat het gedrag een vorm van epilepsie is, worden anti-epileptica ingezet. Dit zijn medicijnen die de overprikkeling in de hersenen afremmen. Het kan soms even duren voordat de juiste dosering is gevonden en je hond kan in het begin wat slomer zijn, maar vaak verminderen de aanvallen hierdoor aanzienlijk.

  • Bij fysieke pijn (bijv. nek- of rughernia, SM/CM):

    Wanneer zenuwpijn of een beknelling de boosdoener is, is adequate pijnstilling cruciaal. Dit kunnen ontstekingsremmers (NSAID's) zijn, maar ook specifieke medicatie gericht op zenuwpijn, zoals gabapentine en pregabaline. Zodra de pijn wegebt, verdwijnt vaak ook de drang om te happen. Bij CM/SM worden soms ook omeprazol, cimetidine, furosemide, corticosteroïden of andere middelen ingezet afhankelijk van protocol en het plan van je dierenarts of neuroloog.

  • Bij een dwangstoornis (OCD) of extreme stress:

    Is een medische oorzaak 100% uitgesloten en blijkt het puur om een gedragsprobleem te gaan? Dan kan de dierenarts of een veterinair gedragsspecialist gedragsmedicatie voorschrijven (zoals specifieke antidepressiva of angstremmers voor honden, Fluoxetine wordt vaak genoemd bij fly catcher's syndrome). Let op: deze medicatie werkt alleen goed als ze wordt gecombineerd met intensieve gedragstherapie en aanpassingen in de leefomgeving.


Belangrijk om te onthouden:

  • Begin nooit zelf te experimenteren met (mensen)medicatie of supplementen.

  • Sommige medicijnen hebben tijd nodig om een spiegel in het bloed op te bouwen. Geef de behandeling dus even de tijd en houd in de tussentijd een dagboekje bij. Noteer hierin hoe vaak en hoe lang je hond nog 'hapt', zodat je tijdens de controleafspraak precies kunt vertellen of de medicatie aanslaat.


Het MRI-dilemma: Waarom we (nog) niet scannen

Vermoedt de dierenarts een neurologische oorzaak (zoals CM/SM, een hersenaandoening) of een middenoorprobleem (PSOM)? Dan is een MRI-scan de meest geschikte beeldvormingstechniek. Toch hebben wij besloten dit bij Charley (14 maanden) momenteel niet te doen. Waarom?


1. Een MRI is niet stressvol, het bezoek aan de dierenkliniek soms wel

De hond merkt niets van de MRI-tunnel, want dit gebeurt onder volledige narcose. De scan is pijnloos, maar je wilt een jonge hond niet onnodig onder verdoving brengen als het niet direct de behandelstrategie verandert. Daarnaast kan het volledige traject (nuchter blijven, kliniekomgeving, anesthesie en recovery) wel stressvol zijn.


2. De "timing-valkuil" van Syringomyelie (SM)

Eén MRI op jonge leeftijd kan de latere ontwikkeling van SM niet volledig uitsluiten. Zeker bij progressieve aandoeningen zoals SM kan een vroege ‘schone’ scan alsnog gevolgd worden door nieuwe afwijkingen op latere leeftijd. Daarom moet de timing van MRI individueel besproken worden met een veterinair neuroloog. De beslissing om wel/niet te scannen hangt af van:

  • ernst van symptomen

  • pijn

  • neurologische uitval

  • behandelimpact

  • fokadvies

  • beschikbaarheid van specialist

  • risico van anesthesie

  • differentiaaldiagnoses


3. De kosten van een MRI

Een MRI is een flinke investering. Afhankelijk van de kliniek, het gewicht van je hond en eventuele contrastvloeistof, liggen de prijzen tussen de €800,- en €1.500,-.


Waar kun je een MRI laten uitvoeren? (Let op de Tesla-waarde!)

Niet elke MRI-scanner is hetzelfde. Een hogere Tesla-waarde betekent een sterker magnetisch veld en kan betere signaal-ruisverhouding, hogere resolutie of kortere scantijd mogelijk maken. De diagnostische kwaliteit hangt ook af van protocol, sequenties, spoelen, positionering, lichaamsregio en interpretatie door een ervaren radioloog/neuroloog. Je wordt voor een MRI altijd doorverwezen naar een gespecialiseerde kliniek.


In België:

  1. AniCura Vetimacs (beeldvormingscentrum) – Brussel

    Beschikt sinds begin 2025 over een 1,5 Tesla High-Field MRI. Dit levert mogelijk scherpere beelden op (nodig bij subtiele neurologische afwijkingen) en verkort de narcosetijd.

  2. Dierenkliniek Orion – Herentals

    Beschikt over een 0,25 Tesla low-field MRI-scanner.

  3. Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren (UGent) – Merelbeke

    Beschikt eveneens over een 0,25 Tesla low-field MRI-scanner.

In Nederland kan je onder andere op volgende locaties terecht :


Waarschuwing: Apparatuur, Tesla-waarde, beschikbaarheid, wachttijd, indicaties en verwijsmogelijkheden kunnen veranderen. Controleer altijd rechtstreeks bij de kliniek of via je eigen dierenarts welke MRI-faciliteiten op dat moment beschikbaar zijn.


Zorgen voor een hond met vliegenvangsyndroom: Schuldgevoel en caregiver burden

De medische keuzes zijn zwaar, maar de psychologische impact op de eigenaar is vaak nog zwaarder. Dit noemen we caregiver burden (mantelzorg-belasting). Elke keer als Charley hapt of schichtig een pluisje zoekt, slaat mijn hart over. Ik droomde van een onbezorgde hond, maar zit opnieuw in een zwaar medisch management-traject. Tegelijk sluipt er nog een andere emotie binnen: de twijfel of je het wel goed genoeg doet, of je signalen eerder had moeten zien, of dat je misschien de verkeerde pup hebt gekozen.


Als jij dit leest en je herkent in dit verstikkende schuldgevoel: weet dat je niet gefaald hebt. Genetica is een loterij. Dat jouw hond bij jou is (een eigenaar die vecht voor zijn welzijn) is zijn grootste geluk.


Worstel jij met de zorg voor een chronisch zieke hond? Voel je je overweldigd door de medische keuzes, het complexe gedrag van je hond, of het schuldgevoel? Bij Mantelbaasje help ik eigenaren om de controle terug te nemen, met diepgaande expertise in voeding, gedrag en de psychologie van de hondeneigenaar.



Veelgestelde vragen (FAQ): Vliegenvangsyndroom bij de hond


Wijst het fly-catching syndrome het vaakst richting Syringomyelie?

Dit is sterk rasafhankelijk. Bij rassen die voorbeschikt zijn voor Chiari-achtige Malformatie en Syringomyelie (CM/SM), zoals de Cavalier King Charles Spaniel, de Pomeriaan, de Griffon, de Chihuahua, de Maltezer en de Franse Bulldog, is fly-catching inderdaad een sterke indicatie, maar andere oorzaken moeten altijd nagekeken worden. Bij andere rassen moet je zeker ruimer denken en is SM/CM niet meteen de hoofdverdachte. Denk onder meer aan maag-darm problemen, focale epilepsie, pijn en compulsief gedrag.


Waarom reageert een hond met zenuwpijn op wind of lichte aanraking?

Dit fenomeen heet allodynie. Chronische zenuwpijn kan het zenuwstelsel overgevoelig maken. Een prikkel die niet pijnlijk hoort te zijn (zoals een zacht briesje wind over de vacht, de wrijving van een halsband, of een lichte aai) wordt verkeerd vertaald en geregistreerd als een intense pijnscheut. Dit verklaart waarom honden met zenuwpijn vaak plotseling opspringen of happen als het waait.


Kan een hond door maag-darmproblemen of pijn uiteindelijk écht OCD ontwikkelen?

Ja. Als een hond chronische pijn of aanhoudende misselijkheid ervaart, zoekt hij naar een manier om met de stress om te gaan (een copingmechanisme). Happen naar de lucht of likken kan tijdelijk endorfines (gelukshormonen) in de hersenen vrijmaken, wat de pijn even verzacht. Als de hond dit vaak genoeg doet, wordt het een gewoonte. Zelfs als de oorspronkelijke maagpijn of zenuwpijn later medisch verholpen wordt, kan het gedrag inmiddels een hardnekkige, dwangmatige lus (OCD) in de hersenen zijn geworden die op zichzelf behandeld moet worden met gedragstherapie en soms medicatie zoals fluoxetine.


Waar moet ik op letten bij een Cavalier King Charles Spaniel fokker om de kans op Syringomyelie (SM) te verkleinen?

Om de kans op Syringomyelie bij een Cavalier King Charles Spaniel pup te verkleinen, is het belangrijk dat je bij een fokker (of kweker) op de volgende vier zaken let:

  • Recente MRI-scans: Beide ouderdieren moeten recent en officieel via een MRI-scan getest zijn op Syringomyelie (SM) en Chiari-achtige Malformatie (CM). Als de ouderdieren nog jong zijn kan de scan goed zijn, maar kunnen ze op latere leeftijd toch nog SM ontwikkelen. Hoe ouder de ouderdieren (>5 jaar oud), hoe betrouwbaarder de scan. Als een teefje na haar vijfde levensjaar een nestje krijgt, stijgt de kans op complicaties bij de bevalling, daarom is het in de praktijk vaak zoeken naar een correct evenwicht. Een goede fokker maakt slimme combinaties om het risico op CM/SM alsnog te beperken door bijvoorbeeld een jongere geteste teef te combineren met een minstens vijf-jaar-oude bewezen SM-vrije reu. Vraag de kweker dus hoe hij deze afwegingen maakt.

  • Fokwaardeschattingen (EBV's): Vraag of de fokker al vooruitkijkt naar Estimated Breeding Values (EBV's). Hoewel deze binnen het officiële BVA-schema nog in ontwikkeling zijn, is dit wel de toekomst. Een EBV kijkt niet alleen naar één hond, maar gebruikt ook informatie uit de familie en stamboom. Dat is belangrijk omdat Syringomyelie een complexe, erfelijke aandoening is waarbij meerdere genetische factoren meespelen. De huidige BVA-pagina vermeldt dat er binnen hun schema nog geen EBV’s beschikbaar zijn, maar hun nieuwe Cavalier-project is juist opgezet om data te verzamelen die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van EBV’s voor Syringomyelie. In de toekomst zal dit hopelijk iets zijn waar we naar kunnen vragen bij de kweker.

  • Transparantie over de bloedlijn: Een goede fokker kan ook de MRI-resultaten en gezondheidsgegevens van grootouders, broers, zussen en eerdere nesten voorleggen.

  • Geen garanties, wel risicobeperking: Zelfs bij zorgvuldig geteste ouderdieren kan een pup later toch SM ontwikkelen. Gezondheidstesten verkleinen het risico, maar geven geen garantie. Een betrouwbare fokker zal dit eerlijk uitleggen en niet beweren dat een nest “SM-vrij gegarandeerd” is.


Waarom is alleen testen van de ouders niet genoeg?

Veel mensen denken dat ze veilig zitten als vader en moeder een gunstige of “schone” MRI-scan hebben. Helaas is dat niet genoeg om Syringomyelie volledig uit te sluiten.


Syringomyelie bij de Cavalier King Charles Spaniel is een erfelijke en complexe aandoening. De aanleg wordt niet bepaald door één enkel gen, maar waarschijnlijk door een combinatie van meerdere genetische factoren. Daardoor kan een hond met goed geteste ouders alsnog klachten ontwikkelen, zeker wanneer er in de bredere familie aanleg aanwezig is.


Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de twee ouderdieren. De MRI-uitslagen en gezondheidsgegevens van verwante honden, zoals grootouders, broers, zussen, halfbroers, halfzussen en eerdere nakomelingen, geven samen een veel vollediger beeld van het risico.


Onderzoek naar twaalf jaar MRI-screening bij Cavalier King Charles Spaniels in Nederland liet zien dat CM, SM en middle ear effusion veel voorkomen in het ras en dat een selectieprogramma tegen SM gebaseerd zou moeten zijn op fokwaardeschattingen. De onderzoekers concludeerden dat EBV’s helpen om een complex kenmerk nauwkeuriger mee te nemen in fokselectie dan alleen de uitslag van één individuele hond (Wijnrocx et al., 2017).


Kort gezegd: een fokker die alleen zegt “de ouders zijn getest” doet minder dan een fokker die de hele lijn onderzoekt, officiële uitslagen kan tonen en fokbeslissingen baseert op zoveel mogelijk familiegegevens.


Wetenschappelijke en veterinaire bronnen

De informatie in dit artikel is gebaseerd op klinische ervaring en wordt ondersteund door de volgende veterinaire literatuur en officiële veterinaire informatiebronnen. Waar het gaat om Charley’s individuele reactie op voeding, houding, wind of omgevingsmanagement, gaat het om casusobservaties die altijd samen met een dierenarts of veterinair specialist geïnterpreteerd moeten worden.


Gastro-intestinale oorzaken van fly-biting/fly-catching

Frank, D., Bélanger, M.C., Bécuwe-Bonnet, V., & Parent, J. (2012). Prospective medical evaluation of 7 dogs presented with fly biting. The Canadian Veterinary Journal, 53(12), 1279–1284.


Deze kleine prospectieve studie bij 7 honden met fly-biting vond bij meerdere honden gastro-intestinale afwijkingen, zoals reflux, vertraagde maaglediging of ontsteking. Bij behandeling van de gevonden maag-darmproblemen verminderde of verdween het gedrag bij verschillende honden. De studie ondersteunt maag-darmproblemen als belangrijke differentiaaldiagnose bij fly-catching.


Galli, G., Uccheddu, S., & Menchetti, M. (2024). Fly-catching syndrome responsive to a gluten-free diet in a French Bulldog. Journal of the American Veterinary Medical Association, 262(3). https://doi.org/10.2460/javma.23.09.0515


Dit case report beschrijft een individuele hond met fly-catching syndrome die klinisch verbeterde na een glutenvrij dieet. De bron is relevant als illustratie dat voedingsfactoren of voedselgevoeligheid bij sommige honden mogelijk kunnen bijdragen aan fly-catching-gedrag. De bevinding moet voorzichtig worden geïnterpreteerd, omdat één casus geen algemene conclusie over gluten, dieet of oorzaak-gevolgrelaties bij fly-catching toelaat.


Fly-catching syndrome: neurologische en gedragsmatige differentiaaldiagnose

Wrzosek, M., Płonek, M., Nicpoń, J., Cizinauskas, S., & Pakozdy, A. (2015). Retrospective multicenter evaluation of the “fly-catching syndrome” in 24 dogs: EEG, BAER, MRI, CSF findings and response to antiepileptic and antidepressant treatment. Epilepsy & Behavior, 53, 184–189. https://doi.org/10.1016/j.yebeh.2015.10.013


Deze retrospectieve multicenterstudie onderzocht 24 honden met fly-catching syndrome. De honden ondergingen onder meer neurologisch onderzoek, EEG, BAER, MRI en in veel gevallen cerebrospinaalvochtanalyse. Bij een deel van de honden werden EEG-afwijkingen gevonden, meestal in de occipitale regio, en op MRI werden onder andere Chiari-achtige malformatie, syringohydromyelie en een meningeoom beschreven. De studie beschrijft fly-catching als een symptoom met meerdere mogelijke onderliggende oorzaken, waaronder epileptiforme activiteit, neurologische afwijkingen en compulsief of gedragsmatig gemedieerd gedrag. In deze studie reageerden honden vaker op fluoxetine dan op fenobarbital, maar de auteurs benadrukken dat de oorzaak in veel gevallen onduidelijk bleef.


Chiari-achtige malformatie, syringomyelie en MRI-diagnostiek

Rusbridge, C., & Knowler, S. P. (2004). Inheritance of occipital bone hypoplasia (Chiari type I malformation) in Cavalier King Charles Spaniels. Journal of Veterinary Internal Medicine, 18(5), 673–678.


Deze uitgebreidere stamboomstudie toont aan dat CM/SM bij de Cavalier King Charles Spaniel een erfelijke aandoening is. De onderzoekers brengen in kaart hoe een smalle genenpoel en sterke inteelt (veroorzaakt door strenge selectie op vachtkleur en pogingen om hartklepaandoeningen uit de fok te weren) de aandoening in het ras hebben verspreid. Daarnaast blijkt dat een hogere mate van inteelt leidt tot ernstigere klachten op jongere leeftijd.


Mandigers, P., & Rusbridge, C. (2009). Op Chiari lijkende malformatie-syringomyelie bij de Cavalier King Charles Spaniël [Chiari-like malformation-syringomyelia in the Cavalier King Charles Spaniel]. Tijdschrift voor Diergeneeskunde, 134(18), 746–750.


Dit artikel is een Nederlandstalige veterinaire review van CM/SM bij de Cavalier King Charles Spaniel. De auteurs bespreken de prevalentie, klinische verschijnselen, diagnostiek en behandeling van deze aandoening.


Wolfe, K. C., & Poma, R. (2010). Syringomyelia in the Cavalier King Charles Spaniel dog. The Canadian Veterinary journal, 51(1), 95-102, (https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC2797361/).


Deze review bespreekt syringomyelie bij de Cavalier King Charles Spaniel, inclusief klinische symptomen, MRI-diagnostiek, pijnverschijnselen en mogelijke behandelingen. De bron is vooral relevant voor klachten die passen bij neuropathische pijn, allodynie, dysesthesie, krabgedrag en overgevoeligheid voor aanraking.


Driver, C. J., De Risio, L., Hamilton, S., Rusbridge, C., Dennis, R., McGonnell, I. M., & Volk, H. A. (2012). Changes over time in craniocerebral morphology and syringomyelia in Cavalier King Charles Spaniels with Chiari-like malformation. BMC Veterinary Research, 8, 215. https://doi.org/10.1186/1746-6148-8-215


Deze studie onderzocht veranderingen in craniocerebrale morfologie en syringomyelie in Cavalier King Charles Spaniels met Chiari-like malformation. De bron is relevant voor het punt dat MRI-bevindingen, waaronder syrinxbreedte en craniocerebrale morfologie, in de tijd kunnen veranderen. Klinische progressie moet voorzichtig worden geïnterpreteerd, omdat de studie retrospectief was.


Wijnrocx, K., Van Bruggen, L. W. L., Eggelmeijer, W., Noorman, E., Jacques, A., Buys, N., Janssens, S., & Mandigers, P. J. J. (2017). Twelve years of Chiari-like malformation and syringomyelia scanning in Cavalier King Charles Spaniels in the Netherlands: Towards a more precise phenotype. PLOS ONE, 12(9), e0184893. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0184893


Deze Nederlandse/Belgische open-access studie analyseerde 1249 MRI-screenings van 1020 Cavalier King Charles Spaniels over een periode van twaalf jaar. De studie vond CM bij vrijwel alle gescreende honden en SM bij 39% van de honden, met een duidelijke leeftijdstoename van SM en centrale kanaaldilatatie. De bron ondersteunt het belang van leeftijdsgebonden interpretatie, herhaalde screening en zorgvuldige fenotypering bij CM/SM.


British Veterinary Association. (z.d.). Chiari Malformation/Syringomyelia Scheme. British Veterinary Association. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van bva.co.uk


De BVA beschrijft het officiële CM/SM-screeningschema waarbij MRI-scans worden beoordeeld door aangewezen experts. Honden krijgen binnen dit schema een afzonderlijke graad voor Chiari-like malformation en syringomyelie. Deze bron is relevant voor officiële MRI-screening en gestandaardiseerde beoordeling van CM/SM. (bva.co.uk)


The Royal Kennel Club. (z.d.). BVA/RKC Chiari-like malformation/syringomyelia (CM/SM) screening. The Royal Kennel Club. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van BVA/KC CM/SM Screening Scheme.


De Royal Kennel Club beschrijft het BVA/KC CM/SM-screeningschema als gezondheidstest voor risicorassen. De bron vermeldt dat herhaalde screening over het leven van de hond wordt aanbevolen, onder meer rond 1 jaar, 3–5 jaar en ouder dan 5 jaar. Deze bron is relevant voor leeftijdsgebonden opvolging en fok-/gezondheidsscreening.


British Veterinary Association. (z.d.). BVA/Kennel Club Cavalier King Charles Spaniel Syringomyelia Project. British Veterinary Association. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van BVA/KC CM/SM Project.


Deze actuele BVA/KC-bron benadrukt dat CM/SM bij Cavalier King Charles Spaniels nog steeds een belangrijk gezondheidsprobleem is en dat MRI-screening binnen het ras relevant blijft.


Parker, J. E., Knowler, S. P., Rusbridge, C., Noorman, E., & Jeffery, N. D. (2011). Prevalence of asymptomatic syringomyelia in Cavalier King Charles Spaniels. Veterinary Record, 168(25), 667. https://doi.org/10.1136/vr.d1726


Deze studie bespreekt het voorkomen van asymptomatische syringomyelie bij Cavalier King Charles Spaniels en is relevant voor het punt dat MRI-bevindingen en klinische symptomen niet altijd één-op-één samenvallen. De bron ondersteunt ook de noodzaak om MRI-resultaten altijd te interpreteren in combinatie met leeftijd, klinisch beeld en neurologisch onderzoek.


Syringomyelie, MRI-screening en fokselectie bij de Cavalier King Charles Spaniel

British Veterinary Association. (z.d.). Chiari Malformation/Syringomyelia Scheme. British Veterinary Association. Geraadpleegd op 5 juli 2026, van bva.co.uk.


De BVA beschrijft het officiële CM/SM Scheme, waarbij MRI-scans van de hersenen en bovenste halswervelkolom worden gebruikt om honden te beoordelen op Chiari-achtige malformatie en Syringomyelie. De bron ondersteunt het belang van officiële MRI-screening bij fokdieren. De BVA vermeldt ook dat CM/SM erfelijk is aangetoond bij de Cavalier King Charles Spaniel en dat er fokadviezen bestaan. Op dit moment zijn er binnen dit schema nog geen EBV’s beschikbaar.


British Veterinary Association. (z.d.). BVA/Kennel Club Cavalier King Charles Spaniel Syringomyelia Project. British Veterinary Association. Geraadpleegd op 5 juli 2026, van BVA/KC CKCS SM Project.


Deze pagina beschrijft het BVA/Kennel Club-project dat specifiek gericht is op Syringomyelie bij de Cavalier King Charles Spaniel. Het project verzamelt MRI-data om de prevalentie van Syringomyelie beter te begrijpen, fokadvies te verbeteren en bij te dragen aan de ontwikkeling van Estimated Breeding Values, oftewel fokwaardeschattingen. De bron beschrijft dat EBV’s worden gezien als een belangrijk toekomstig hulpmiddel bij fokselectie.


The Kennel Club. (2025). New five-year project launched to improve syringomyelia in the Cavalier King Charles Spaniel. The Royal Kennel Club. Geraadpleegd op 5 juli 2026, van New five-year project launched to improve syringomyelia in te Cavalier King Charles Spaniel.


The Kennel Club kondigde in 2025 samen met de BVA een vijfjarig project aan om Syringomyelie bij de Cavalier King Charles Spaniel beter in kaart te brengen. Het project moet bijdragen aan betere fokrichtlijnen en gezondere uitkomsten voor het ras. Deze bron benadrukt het belang van breed gedragen MRI-screening en beschrijft Syringomyelie als een nog steeds een actueel gezondheidsprobleem is binnen het ras.


Wijnrocx, K., Van Bruggen, L. W. L., Eggelmeijer, W., Noorman, E., Jacques, A., Buys, N., Janssens, S., & Mandigers, P. J. J. (2017). Twelve years of Chiari-like malformation and syringomyelia scanning in Cavalier King Charles Spaniels in the Netherlands: Towards a more precise phenotype. PLOS ONE, 12(9), e0184893. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0184893


Deze studie analyseerde twaalf jaar aan MRI-screeningsgegevens van Cavalier King Charles Spaniels in Nederland. De onderzoekers beschrijven dat Chiari-achtige malformatie, Syringomyelie en middle ear effusion veel voorkomen in het ras. De studie ondersteunt dat selectie tegen Syringomyelie niet alleen op basis van individuele MRI-uitslagen zou moeten gebeuren, maar idealiter met fokwaardeschattingen, omdat daarmee ook informatie uit verwante dieren kan worden meegenomen.


Lewis, T., Rusbridge, C., Knowler, S. P., Blott, S. C., & Woolliams, J. A. (2010). Heritability of syringomyelia in Cavalier King Charles Spaniels. The Veterinary Journal, 183(3), 345–347. https://doi.org/10.1016/j.tvjl.2009.10.022


Deze studie onderzocht de erfelijkheid van Syringomyelie bij Cavalier King Charles Spaniels. De auteurs vonden aanwijzingen dat Syringomyelie erfelijk is en dat selectie binnen fokprogramma’s kan bijdragen aan vermindering van de aandoening. De bron beschrijft waarom alleen kijken naar symptomen of één individuele hond onvoldoende is en waarom stamboom- en familiegegevens belangrijk zijn.


Knowler, S. P., McFadyen, A. K., Freeman, C., Kent, M., Platt, S. R., Kibar, Z., & Rusbridge, C. (2014). Quantitative analysis of Chiari-like malformation and syringomyelia in the Griffon Bruxellois dog. PLOS ONE, 9(2), e88120. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0088120


Hoewel deze studie niet over Cavaliers maar over Griffon Bruxellois gaat, is ze relevant omdat CM/SM ook daar als erfelijk probleem wordt onderzocht. De studie ondersteunt het bredere principe dat CM/SM complexe erfelijke kenmerken zijn waarbij kwantitatieve metingen en zorgvuldige fokselectie nodig zijn. Voor je artikel is deze bron aanvullend, maar minder direct dan de Cavalier-specifieke studies.


Rusbridge, C., & Knowler, S. P. (2006). Coexistence of occipital dysplasia and occipital hypoplasia/syringomyelia in the Cavalier King Charles Spaniel. The Journal of Small Animal Practice, 47(10), 603–606. https://doi.org/10.1111/j.1748-5827.2006.00148.x


Deze publicatie bespreekt anatomische afwijkingen aan de schedelbasis en het samengaan daarvan met Syringomyelie bij de Cavalier King Charles Spaniel. De bron is relevant als achtergrond bij de relatie tussen schedelvorm, Chiari-achtige malformatie en Syringomyelie binnen het ras.


MRI-techniek, high-field/low-field MRI en beeldkwaliteit

da Costa, R. C., De Decker, S., Lewis, M. J., Volk, H., & the Canine Spinal Cord Injury Consortium. (2020). Diagnostic imaging in intervertebral disc disease. Frontiers in Veterinary Science, 7, 588338. https://doi.org/10.3389/fvets.2020.588338


Deze review gaat over diagnostische beeldvorming bij tussenwervelschijfaandoeningen, maar bevat ook algemene informatie die relevant is voor veterinaire MRI. De bron beschrijft de nuance dat de diagnostische waarde van MRI niet alleen afhangt van de Tesla-waarde, maar ook van protocol, sequenties, spoelen, beeldkwaliteit, indicatie en interpretatie door een ervaren specialist.


Johns Hopkins Medicine. (z.d.). Veterinary MRI. Johns Hopkins Radiology. Geraadpleegd op 5 juli 2026, van Veterinary MRI - John Hopkins Radiology.


Deze bron legt toegankelijk uit hoe MRI bij dieren wordt gebruikt, dat MRI werkt met een sterk magnetisch veld, en dat de veldsterkte wordt uitgedrukt in Tesla. Ook ondersteunt de bron het punt dat dieren voor MRI doorgaans anesthesie nodig hebben omdat zij tijdens de scan volledig stil moeten liggen.


Pijn, allodynie, hyperesthesie en neuropathische pijn bij CM/SM

Wolfe, K. C., & Poma, R. (2010). Syringomyelia in the Cavalier King Charles Spaniel dog. The Canadian Veterinary journal, 51(1), 95-102, (https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC2797361/).


Deze bron is ook relevant voor pijnverschijnselen bij CM/SM. De auteurs bespreken klinische symptomen die passen bij neuropathische pijn, waaronder allodynie, dysesthesie, krabgedrag, gevoeligheid en ongemak rond hoofd, nek en schouders.


Rusbridge, C., & Jeffery, N. D. (2008). Pathophysiology and treatment of neuropathic pain associated with syringomyelia. The Veterinary Journal, 175(2), 164–172. https://doi.org/10.1016/j.tvjl.2006.12.007


Deze review bespreekt de mechanismen achter neuropathische pijn bij syringomyelie en mogelijke behandelstrategieën. De bron is relevant voor het begrijpen van klachten zoals allodynie, hyperesthesie, fantoomkrabben, aanraking vermijden en pijnreacties zonder duidelijke externe prikkel.


Nitzsche, B., Schulze, S., Boltze, J., Schmidt, M. J. (2023). Reduced cingulate gyrus volume in Cavalier King Charles Spaniels with syringomyelia and neuropathic pain revealed by voxel-based morphometry: A pilot study. Frontiers in Neuroanatomy, 17, 1175953. https://doi.org/10.3389/fnana.2023.1175953


Deze studie bespreekt syringomyelie bij Cavalier King Charles Spaniels in relatie tot neuropathische pijn. De bron is relevant voor klachten zoals craniale en cervicale hyperesthesie, spontaan krabben, vocalisatie en het vermijden van aanraking.


Rusbridge, C. (2013). Chiari-like malformation and syringomyelia. European Journal of Companion Animal Practice (Volume 23(3) 2013, pp 70-89). Geraadpleegd op 5 juli 2026, van Chiari-like malformation and syringomyelia.


Deze review bespreekt Chiari-like malformation en syringomyelie bij honden, waaronder klinische presentatie, pijn, krabgedrag, gevoeligheid rond hoofd en hals, en neurologische symptomen. De bron is bruikbaar als aanvullende review naast de studies over CM/SM bij Cavaliers.


Rusbridge, C., McFadyen, A. K., & Knowler, S. P. (2019). Behavioral and clinical signs of Chiari-like malformation-associated pain and syringomyelia in Cavalier King Charles Spaniels. Journal of Veterinary Internal Medicine, 33(5), 2138–2150. https://doi.org/10.1111/jvim.15552


Deze studie bespreekt gedragsmatige en klinische signalen die kunnen samenhangen met Chiari-like malformation-geassocieerde pijn en syringomyelie bij Cavalier King Charles Spaniels. De bron is relevant omdat CM/SM-pijn zich niet alleen kan uiten als klassiek neurologisch uitvalbeeld, maar ook als subtiel of episodisch gedrag, zoals krabben, gevoeligheid, pijnreacties, aanraking vermijden, veranderingen in activiteit, slaap of stemming. Deze studie ondersteunt het belang van een brede interpretatie van gedragssignalen bij Cavaliers met mogelijke neuropathische pijn.


Oogproblemen en visuele verstoringen

Gelatt, K. N., Gilger, B. C., & Kern, T. J. (Eds.). (2021). Veterinary Ophthalmology (6th ed.). Wiley-Blackwell.


Dit standaardwerk binnen de veterinaire oogheelkunde is relevant wanneer visuele problemen, oogaandoeningen of afwijkingen in het zien worden meegenomen in de differentiaaldiagnose van fly-catching syndrome. De bron benadrukt dat bij verdenking op oogproblemen een volledig oogheelkundig onderzoek aangewezen is.


American College of Veterinary Ophthalmologists. (z.d.). What Does it Mean to Be a Veterinary Ophthalmologist? ACVO. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van ACVO.


Deze bron legt uit wat een veterinair oogspecialist doet en is nuttig als toegankelijke verwijzing voor eigenaren wanneer visuele stoornissen of oogaandoeningen worden vermoed.


Waarschuwing:

Oogproblemen of visuele verstoringen kunnen in de differentiaaldiagnose van fly-catching syndrome worden meegenomen, maar er is beperkte veterinaire onderbouwing om floaters (zwevende vlekjes of sliertjes in het oogvocht) als veelvoorkomende oorzaak van fly-catching bij honden te beschouwen. Bij twijfel is onderzoek door een dierenarts-oogspecialist zinvol.


Neurologie en focale epilepsie

Platt, S., & Olby, N. J. (Eds.). (2013). BSAVA manual of canine and feline neurology (4th ed.). British Small Animal Veterinary Association.


Dit veterinaire neurologiehandboek bespreekt neurologische differentiaaldiagnoses bij hond en kat, waaronder focale epileptische aanvallen die zich kunnen uiten als kortdurende, atypische gedragingen of motorische verschijnselen. Het beschrijft de algemene medische consensus dat focale epilepsie thuishoort in de differentiaaldiagnose bij episodisch happen naar de lucht.


Compulsief gedrag en gedragsmedicatie

Overall, K. L. (2013). Manual of clinical behavioral medicine for dogs and cats. Elsevier.


Dit handboek bespreekt de diagnostiek en behandeling van compulsieve stoornissen bij honden, inclusief gedragstherapie, omgevingsmanagement en, wanneer geïndiceerd, medicatie zoals SSRI’s waaronder fluoxetine.


Supplementen bij pijn, ontsteking en neurologische ondersteuning


PEA / Palmitoylethanolamide

Cerrato, S., Brazis, P., della Valle, M. F., Miolo, A., & Puigdemont, A. (2010). Effects of palmitoylethanolamide on immunologically induced histamine, PGD2 and TNF-α release from canine skin mast cells. Veterinary Immunology and Immunopathology, 133(1), 9–15. https://doi.org/10.1016/j.vetimm.2009.06.011


Deze studie onderzocht het effect van palmitoylethanolamide (PEA) op mestcelactivatie bij honden. De resultaten wijzen erop dat PEA ontstekingsmediatoren uit canine mestcellen bij honden kan moduleren. Dit biedt een fysiologische uitleg voor de pijnstillende en ontstekingsremmende werking van PEA en verklaart ook de groeiende veterinaire interesse in dit supplement die we de laatste jaren zien. Deze specifieke studie toont echter niet rechtstreeks aan dat het ook complexe klachten zoals fly-catching of de neuropatische pijn bij syringomyelie verhelpt. Dit was niet het doel van de studie.


Re, G., Barbero, R., Miolo, A., & Di Marzo, V. (2007). Palmitoylethanolamide, endocannabinoids and related cannabimimetic compounds in protection against tissue inflammation and pain: Potential use in companion animals. The Veterinary Journal, 173(1), 21–30. https://doi.org/10.1016/j.tvjl.2005.10.003


Deze veterinaire review bespreekt PEA als lichaamseigen vetzuuramide en de mogelijke rol ervan bij ontstekingremming, pijnbestrijding, jeukverlichting en weefselbescherming bij gezelschapsdieren. De bron beschrijft PEA als interessant ondersteunend middel binnen multimodale pijn- en ontstekingszorg, maar benadrukt tegelijk dat specifieke klinische toepassingen per aandoening verder onderzocht moeten worden.


Britti, D., Impellizzeri, D., Gugliandolo, E., Fusco, R., Schievano, C., Morittu, V. M., Evangelista, M., Di Paola, R. & Cuzzocrea, S. (2017). A novel composite formulation of palmitoylethanolamide and quercetin decreases inflammation and relieves pain in inflammatory and osteoarthritic pain models. BMC Veterinary Research, 13(1), 229. https://doi.org/10.1186/s12917-017-1151-z


Deze studie onderzocht een combinatie van palmitoylethanolamide en quercetine in experimentele modellen voor ontstekings- en osteoartritische pijn. De resultaten wijzen erop dat PEA-combinaties ontstekings- en pijnprocessen kunnen beïnvloeden. De studie is relevant als mechanistische ondersteuning voor PEA bij pijn en ontsteking, maar gaat niet specifiek over honden met CM/SM, fly-catching of neuropathische pijn.


Petrosino, S., & Di Marzo, V. (2016). The pharmacology of palmitoylethanolamide and first data on the therapeutic efficacy of some of its new formulations. British Journal of Pharmacology, 174(11), 1349–1365. https://doi.org/10.1111/bph.13580


Deze review bespreekt de farmacologie van PEA, waaronder de rol bij ontstekingsremming, pijnmodulatie, neuro-inflammatie en interactie met endocannabinoïde-gerelateerde routes. De bron is vooral relevant als algemene mechanistische onderbouwing. Het blijft wel grotendeels humane en preklinische literatuur en mag daarom niet worden gelezen als direct bewijs voor effect bij fly-catching of CM/SM bij honden.


Omega-3 vetzuren / EPA en DHA

Bauer, J. E. (2011). Therapeutic use of fish oils in companion animals. Journal of the American Veterinary Medical Association, 239(11), 1441–1451. https://doi.org/10.2460/javma.239.11.1441


Deze veterinaire review bespreekt het therapeutisch gebruik van visolie en omega-3 vetzuren bij honden en katten. De bron beschrijft hoe EPA en DHA in de diergeneeskunde worden ingezet vanwege hun ontstekingsmodulerende eigenschappen, onder meer bij huid-, gewrichts-, nier- en andere chronische aandoeningen. De bron is relevant voor omega-3 als ondersteunend supplement, maar niet specifiek als behandeling voor fly-catching of syringomyelie.


Calder, P. C. (2017). Omega-3 fatty acids and inflammatory processes: From molecules to man. Biochemical Society Transactions, 45(5), 1105–1115. https://doi.org/10.1042/BST20160474


Deze review beschrijft hoe omega-3 vetzuren, vooral EPA en DHA, ontstekingsprocessen kunnen beïnvloeden via de aanmaak van specifieke signaalstoffen zoals eicosanoïden, resolvinen, protectinen en maresinen en pro-resolving rol (het actief opruimen van de ontsteking en herstellen van het weefsel) van EPA/DHA, maar is geen specifieke veterinaire studie bij honden met neurologische klachten.


Wander, R. C., Hall, J. A., Gradin, J. L., Du, S. H., & Jewell, D. E. (1997). The ratio of dietary nn-6 to nn-3 fatty acids influences immune system function, eicosanoid metabolism, lipid peroxidation and vitamin E status in aged dogs. The Journal of Nutrition, 127(6), 1198–1205. https://doi.org/10.1093/jn/127.6.1198


Deze studie bij honden onderzocht hoe de verhouding tussen omega-6- en omega-3-vetzuren in deze voeding invloed kan hebben op immuunfunctie, eicosanoïdenmetabolisme, oxidatieve processen en vitamine E-status. De bron wijst op biologische effecten van de vetzuursamenstelling bij honden, die relevant kunnen zijn voor ontstekingsgevoelige aandoeningen. De studie gaat niet specifiek over neurologische pijn of fly-catching.


Mantelzorgbelasting bij eigenaren van zieke huisdieren

Spitznagel, M. B., Jacobson, D. M., Cox, M. D., & Carlson, M. D. (2017). Caregiver burden in owners of a sick companion animal: A cross-sectional observational study. Veterinary Record, 181, 321. https://doi.org/10.1136/vr.104295


Deze studie onderzocht caregiver burden bij eigenaren van chronisch of terminaal zieke honden en katten. De resultaten wijzen erop dat de zorg voor een ziek gezelschapsdier aanzienlijke psychologische en praktische belasting kan veroorzaken.


Officiële informatie over MRI-locaties

Let op: apparatuur, Tesla-waarde, beschikbaarheid, wachttijden en verwijsroutes kunnen veranderen, controleer daarom altijd rechtstreeks bij de kliniek of via je eigen dierenarts.


AniCura. (2025). AniCura Vetimacs Medische Beeldvorming te Brussel. AniCura België.


AniCura Vetimacs in Brussel vermeldt medische beeldvorming op voorschrift van de eigen dierenarts. In een publicatie rond januari 2025 werd de plaatsing van een high-field MRI-scanner voor huisdieren aangekondigd.


Universiteit Gent, Faculteit Diergeneeskunde. (z.d.). Klinieken kleine huisdieren / diagnostische beeldvorming. Universiteit Gent. Geraadpleegd op 27 juni 2026.


Deze universitaire kliniek kan als mogelijke verwijslocatie voor gespecialiseerde diagnostiek worden genoemd, maar actuele MRI-beschikbaarheid, Tesla-waarde en verwijsprocedure moeten rechtstreeks bij UGent of via de verwijzend dierenarts worden gecontroleerd.


Dierenkliniek Orion. (z.d.). Beeldvorming. Dierenkliniek Orion. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van Beeldvorming - Dierenkliniek Orion.


Dierenkliniek Orion vermeldt MRI als beeldvormingstechniek, onder meer voor het zenuwstelsel, zoals hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen. Actuele apparatuur, Tesla-waarde en beschikbaarheid moeten rechtstreeks bij de kliniek worden gecontroleerd.


Universitair Dierenziekenhuis Utrecht. (z.d.). Diagnostische Beeldvorming. Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van Diagnostische Beeldvorming - MRI - Faculteit Dierengeneeskunde Universiteit Utrecht.


Het Universitair Dierenziekenhuis Utrecht vermeldt MRI binnen diagnostische beeldvorming. Afspraken voor beeldvormend onderzoek verlopen doorgaans via een behandelend specialist of verwijzend dierenarts.


Evidensia Dierenziekenhuis Arnhem. (z.d.). Evidensia Dierenziekenhuis Arnhem. IVC Evidensia Nederland. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van Diagnostische Beeldvorming - Evidensia Dierenziekenhuis Arnhem.


Deze officiële kliniekpagina kan worden gebruikt als praktische verwijzing naar het dierenziekenhuis in Arnhem. Controleer rechtstreeks bij Evidensia welke MRI-/CT-faciliteiten, Tesla-waarde en verwijsprocedures actueel beschikbaar zijn.


AniCura Medisch Centrum voor Dieren. (z.d.). Beeldvorming bij het Medisch Centrum voor Dieren. AniCura Nederland. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van MRI - Anicura Nederland.


AniCura Medisch Centrum voor Dieren in Amsterdam vermeldt beeldvorming, waaronder MRI-scans bij hond en kat, bijvoorbeeld van hersenen of wervelkolom. Controleer rechtstreeks bij de kliniek welke apparatuur en verwijsprocedures actueel zijn.


Dierenkliniek Den Ham. (z.d.). Veterinaire MRI. Dierenkliniek Den Ham. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van Veterinaire MRI - Den Ham.


Dierenkliniek Den Ham vermeldt op de officiële pagina dat de kliniek beschikt over een Esaote Vet-MR Grande en dat daarmee een hoge beeldkwaliteit wordt verkregen die volgens de kliniek vergelijkbaar is met high-field veterinaire MRI-systemen.


Esaote. (z.d.). Vet-MR Grande: in-house Vet MRI for large and small animals. Esaote Veterinary. Geraadpleegd op 27 juni 2026, van Esaote - Vet-MR Grande.


Deze fabrikantbron beschrijft de Vet-MR Grande als een MRI-systeem dat specifiek voor veterinaire toepassingen is ontwikkeld. Gebruik deze bron alleen als technische achtergrond bij het type systeem, niet als klinische aanbeveling.


Over de auteur

Hanne Callewaert en haar chronisch zieke hond Moes

Geschreven door Hanne Callewaert, klinisch dierengedragstherapeut, universitair gecertificeerd in Canine and Feline Nutrition en bestuurslid van de beroepsvereniging voor diergedragsprofessionals (VDG). Hanne begeleidt eigenaren van chronisch zieke en ouder wordende honden bij voeding, gedrag en thuiszorg, in overleg met de behandelend dierenarts.



Opmerkingen


Contact

Telefoon

0032 471 57 15 14

Telefonisch bereikbaar

Ma - za: 14 - 19 uur

​​Zondag gesloten

Locatie

Meeuwenlaan 24a,

8434 Westende

(In de praktijk van Hondenmanieren)

of online

Labrad hond kijkt omhoog naar het contactformulier
bottom of page